Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1) Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

In gesprek met Tom Bonte

Freiraum Workshop Brüssel
© Caroline Lessire

Het Goethe-Institut is samen met het kunstencentrum Beursschouwburg de drijvende kracht achter het project “Freiraum” (‘vrije ruimte’) in Brussel. Tom Bonte, directeur van de Beursschouwburg, is blij met deze samenwerking. In dit interview spreekt hij over de heel bijzondere ruimtelijke vrijheid van een kunstencentrum, de zeer uiteenlopende percepties van Brussel en de zorgwekkende situatie in Europa, die het meer dan nodig maakt dat we ons inleven in en praten met de ander.

Interview door Uwe Rada

Wat was uw eerste reactie toen u over het project “Freiraum” hoorde?

Het project klinkt misschien wat artificieel, maar in wezen gaat het om een zeer interessant idee: kunnen we ons bezighouden met thema’s in andere Europese steden, kunnen we met andere steden samenwerken en solidair zijn – ook als een bepaald aspect ons op het eerste zicht minder lijkt te interesseren?

Wat betekent het begrip “Freiraum” voor u persoonlijk?

Een “Freiraum” is voor mij niet automatisch een plek waar ik kan doen en laten wat ik wil. Vrijheid houdt op waar de vrijheid van anderen wordt ingeperkt. Een “Freiraum” is dus niet iets wat vooraf gegeven is, maar iets dat we zelf actief moeten vormgeven, waarbij we er als burgers ook voor moeten zorgen dat anderen van die vrijheid kunnen genieten. Mensen met minder middelen, met minder opleiding en met minder andere vaardigheden hebben in theorie dezelfde vrijheden als iedereen. Dat betekent echter nog niet dat ze die ook op dezelfde manier als ik kunnen gebruiken. In eerste instantie is vrijheid dus slechts een woord. Om iedereen ervan te laten genieten, moeten we aan die vrijheid werken, ze tot leven wekken. Anders wordt vrijheid een plek die voorbehouden is aan wie sneller of rijker is of toevallig geluk heeft – dus aan een minderheid.

En wat betekent het project voor de Beursschouwburg?

Ik denk dat ons kunstencentrum daadwerkelijk een vrije ruimte is: een ruimte waar de grenzen van vrijheid afgetast worden. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar mensen die een zetje nodig hebben om hun vrijheid te beleven tijd met elkaar doorbrengen. Volgens mij is dat een belangrijke opdracht voor elk kunstencentrum: niet alleen een centrum voor kunst te zijn, maar ook een sociale plek waar discussies gevoerd worden, waar mensen hun eigen vrijheid ontdekken en volop kunnen beleven.
Hoe zou u de artistieke werking in de Beursschouwburg beschrijven?
Als we willen uitbreken uit het vanouds bekende, moeten we ons idee van wat een kunstencentrum kan zijn, vrij breed opentrekken. Dat is ook de reden waarom we alles waaraan we beginnen, multidisciplinair opvatten: beeldende kunst, theater, dans, concerten, voordrachten, party’s, workshops, leesgroepen. Het hoort er allemaal bij. Het begint met kunst, maar uiteindelijk kan er van alles uitkomen: een fietstocht, een stadsspel …

Bent u direct ingegaan op het voorstel van het Goethe-Institut om voor “Freiraum” samen te werken?

Ja. De voorbije jaren heeft het Goethe-Institut in Brussel al diverse van onze projecten ondersteund. En het was altijd een goede samenwerking. We waren heel blij toen we voor dit project gevraagd werden. En we zijn nieuwsgierig waar het ons samen zal brengen. Zich een weg banen naar het onbekende bevalt ons wel, zeker wanneer dat onbekende een vrije ruimte is.
In september werd tijdens een workshop en een openbare bijeenkomst de vraag voorbereid, die Brussel in het kader van “Freiraum” beantwoord wil zien.

Denkt u dat een toekomstig partnerinstituut in Europa – nemen we bijvoorbeeld het Goethe-Institut in Bratislava – zal begrijpen waarom jullie rond die vraag willen gaan werken?

Ik ben nogal nieuwsgierig hoe ze gaan reageren wanneer ze onze vraag lezen. We beseffen maar al te goed dat ons thema vooral relevant is voor Brussel. Maar hoe onze hoofdstad wordt gepercipieerd, is eigenlijk een zaak voor iedereen in Europa. Wij als Brusselaars worden er permanent mee geconfronteerd hoe onze eigen blik op onze stad botst op de blik van anderen. Van buitenaf bekeken lijkt Brussel een grauwe, goed geoliede, kafkaëske machine te zijn, waar aanhoudend nieuwe regels worden uitgevonden. Voor wie er woont is Brussel een vibrerende stad vol energie, die ongelofelijk veel nationaliteiten samenbrengt. Een stad met een zichtbaar artistiek en cultureel leven, aangedreven door twee Gemeenschappen die zich voor nieuwkomers proberen te openen – of ze hier nu definitief of slechts tijdelijk zijn. Mij fascineert de vraag of we er met dit project in zullen slagen om deze kloof tussen waarneming en realiteit te dichten.
“De huidige dynamiek in Europa, van dialoog naar voorbehoud, van empathie naar respectloosheid: daarover moeten we dringend praten.”

U bent zeker heel nieuwsgierig met welke stad en met welke vraagstelling jullie zelf geconfronteerd zullen worden. Hebt u op dat vlak bepaalde voorkeuren?

We staan open voor alles wat op ons afkomt. Persoonlijk ben ik erg benieuwd om te horen welke zorgen en problemen andere regio’s in Europa hebben, wat hun dagelijkse strijd is. En hoe wij hen met onze antwoorden op hun vragen kunnen ondersteunen. Al draait het “Freiraum”-project voor mij niet in de eerste plaats om het vinden van antwoorden. Voor mij gaat het er eerder om dat we het wederzijdse begrip, dat we helemaal in het begin bij de oprichting van de Europese Unie voor elkaar hadden, nieuw leven kunnen inblazen. Ik denk dat de EU alleen maar kan overleven wanneer ze een radicale omslag van een economische naar een sociale unie maakt. Ze zou geen unie van staten, maar van mensen moeten zijn.

Welk formaat zou het best bij de Beursschouwburg passen? Theater, dans, video?

Dat maakt helemaal niets uit. Voor ons is het cruciaal of het ons en de kunstenaars met wie we samenwerken, uitdaagt. Hoe kunnen we de betreffende vraagstelling met onze Brusselse situatie verbinden, hoe kunnen we mensen daarvoor interesseren?
Het basisidee van “Freiraum” is dialoog en empathie. Hebben de Brusselaars deze empathie als het gaat om landen als Griekenland, Spanje of de Baltische Staten?
Je kan enkel empathie opbrengen voor iets dat je kent. Je moet het daarom nog niet begrijpen, maar je moet minstens een notie hebben van de context. Ik ben bang dat onze politici in de voorbije jaren onze vaardigheden voor dialoog en empathie blijvend beschadigd hebben. Alles wat goed loopt, wordt gevierd als een succes van het eigen beleid, maar wat slecht gaat, wordt in de schoenen van Europa geschoven. Dat zegt veel over de sfeer. In die omstandigheden verwordt dialoog meer en meer tot voorbehoud en empathie tot respectloosheid. Dat kunnen we momenteel overal in Europa zien. Om de nationale staat vooruit te helpen, is er een externe tegenstander nodig. Over dit soort dynamiek moeten we dringend praten.

Top