Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1) Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

‘Week van het Duits’
Interview met ambassadeur Martin Kotthaus

Interview mit dem deutschen Botschafter Martin Kotthaus
© Goethe-Institut/ Tatjana Bratkina

Goethe-Institut Brussel Naar aanleiding van de ‘Week van het Duits’ was het Goethe-Institut voor zijn programma Europanetzwerk Deutsch te gast bij Martin Kotthaus, de Duitse ambassadeur in Brussel. Hij studeerde rechten en heeft in zijn leven al op heel wat plaatsen gewoond. Als kind woonde hij met zijn ouders in Ghana, Egypte, Turkije en Brazilië. Als diplomaat werkte hijzelf ook al op verschillende standplaatsen, onder andere in Luanda, Washington, Brussel en Berlijn. Sinds 2018 is hij in Brussel gestationeerd, voor de tweede keer al, ditmaal als buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland bij het Koninkrijk België. Wij trokken naar de Duitse ambassade in Brussel voor een gesprek.

Goethe-Institut Brüssel Meneer Kotthaus, u bent al enkele jaren de Duitse ambassadeur in Brussel, sinds 2018 om precies te zijn, wat is u in die periode het meest bijgebleven?

Martin Kotthaus Ik ben voor de tweede keer in België. Van 2005 tot 2011 werkte ik bij de Permanente Vertegenwoordiging en sinds 2018 ben ik ambassadeur bij het Koninkrijk België. En pas vanaf 2018 heb ik ontdekt dat ik in de periode 2005-2011 heel veel dingen niet heb opgemerkt. Dat was de periode van het Duitse voorzitterschap in 2007 en, misschien nog belangrijker voor mij, de tijd waarin onze twee dochters geboren zijn. Daarmee bedoel ik dat ik in die tijd ofwel aan het werken ofwel luiers aan het verversen was en dat ik veel te weinig van België heb gezien. België is een klein land met oneindig veel, erg diverse steden, culturen en zelfs drie verschillende talen. Waar elders in Europa vind je dat? Natuurlijk is in de periode na 2018 vooral de pandemie me heel erg bijgebleven. Tijdens de pandemie hebben we het voor elkaar gekregen dat Duitsland de grens met België nooit gesloten heeft. Daar is soms heel fel over gediscussieerd, er werden verschillende parameters gehanteerd, het virus verspreidde zich op andere momenten, maar zeker als je in Oost-België komt, zie je het: daar bestaat eigenlijk geen grens meer. De mensen daar wonen in het ene land, werken in een ander land en gaan naar school in nog een ander land. En dat was een aspect dat erg belangrijk was in die tijd, we moesten ervoor zorgen dat dat grensoverschrijdende leven kon blijven doorgaan. En dat is toen ook gelukt. En we hebben ook Belgen kunnen helpen, doordat we ernstig zieke coronapatiënten naar Duitsland hebben overgebracht zodat ze in de ziekenhuizen in Noordrijn-Westfalen verzorgd konden worden. En zo hebben we allemaal samen, op Europees niveau, deze pandemie overwonnen. Dat was fantastisch. En wat sinds 2022 natuurlijk erg bepalend is geweest, is de Russische oorlog in Oekraïne. Die heeft een grote impact omdat beide landen, zowel Duitsland als België, heel veel Oekraïense vluchtelingen hebben opgevangen. En ook omdat beide landen inspanningen hebben geleverd zodat Oekraïne het hoofd boven water houdt, met wapenleveringen, financiële steun en alle andere mogelijke vormen van hulp, en dat in nauwe samenwerking met de Europese Unie en de Verenigde Naties. Ik wil er nog graag dit aan toevoegen: toen ik hier aankwam, werd de 100ste verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht. In sommige regio’s in België heeft de Eerste Wereldoorlog een veel grotere impact gehad dan de Tweede. Zeker in Vlaanderen vind je streken waar je maar weinig gebouwen ziet die meer dan 100 jaar oud zijn. Ik heb toen mogen meemaken hoe de Belgen het einde van de Eerste Wereldoorlog herdachten, hoe ze dat in een Europese context plaatsten en zeiden: de enige mogelijke oplossing voor deze conflicten is een verenigd Europa, en hoe ze zich daar ook actief voor hebben ingezet, hoe ze Duitsland opnieuw de hand hebben gereikt, een land dat België in slechts enkele decennia twee keer was binnengevallen, hoe ze opnieuw naar Duitsland toe zijn gegaan en het als een belangrijke partner en vriend wilden zien. We zijn geen boezemvrienden maar wel uitstekende partners. Dat heeft me diep ontroerd. En dat ik als ambassadeur van Duitsland voor veel evenementen werd uitgenodigd en mocht spreken. Dat alles, de manier waarop de Belgen met het verleden omgaan, is ook een aspect dat ik in dit land heel erg heb leren waarderen.

Goethe-Institut Brüssel Het Goethe-Institut België bestaat al sinds 1959, dus al meer dan 60 jaar. Het programma Europanetzwerk Deutsch viert volgend jaar al zijn 30ste verjaardag. Wat is voor u als ambassadeur zo bijzonder aan dat programma?

Martin Kotthaus Ik begeleid het intussen al jarenlang en het aanbod dat de medewerkers van de Europese instellingen daar aangeboden krijgen, is indrukwekkend. Er zijn natuurlijk de taalcursussen, maar daarnaast ook evenementen en reizen naar Duitsland. Je legt er contacten met heel hooggeplaatste gesprekspartners. Je krijgt er een uitstekend, heel diepgaand inzicht in het politieke, economische en culturele systeem van Duitsland en in het leven in Duitsland, wat volgens mij toch redelijk uniek is. Ik zie het Europanetzwerk Deutsch als een uitstekende investering – voor een heel specifieke groep welteverstaan. Maar het is altijd nuttig als men in de Europese instellingen Duitsland op verschillende niveaus begrijpt, niet alleen voor de medewerking in de Raad en de samenwerking in de raden, werkgroepen, het Europees Parlement en de Commissie, maar net zo belangrijk is het inzicht in de veelzijdigheid van Duitsland, met name op het vlak van economie, cultuur en politiek. Het is een programma waar ik graag zelf eens aan zou willen meedoen, als deelnemer.
 

Interview mit dem deutschen Botschafter Martin Kotthaus Interview mit dem deutschen Botschafter Martin Kotthaus | © Goethe-Institut/ Tatjana Bratkina
Goethe-Institut Brüssel Volgend jaar is België tijdens de eerste zes maanden van het jaar voorzitter van de Raad van de Europese Unie en dan worden er altijd enkele thema’s naar voren geschoven die prioriteit zullen krijgen. Een van die thema’s is ‘levenslang leren’. Welke praktische voorstellen zou u doen om de Duitse taal te bevorderen?

Martin Kotthaus Het klopt dat je tegenwoordig constant moet bijleren. En ik vind dat andere talen leren daar deel van uitmaakt. We weten dat er tegenwoordig hulpmiddelen zijn waarmee je zowat alles kunt uitknobbelen. Maar met elke taal die je beheerst, gaat er een nieuwe wereld open. Dan begrijp je opeens de cultuur, dan snap je de politiek, dan begrijp je opeens waarom sommige mensen zus of zo reageren. En hier in België betekent dat voor ons dat we zullen blijven doorgaan met de programma’s waar we met de ambassade al jarenlang op inzetten. Enerzijds hebben we zo de zeer goede samenwerking met de ambassades van de andere Duitstalige landen, met wie we samenwerken voor cultuur, maar we werken bijvoorbeeld ook samen voor de Week van het Duits, dus één keer per jaar. Twee jaar geleden zijn we daarmee gestart en organiseren we in heel België een Week van het Duits. Dit jaar zijn er meer dan 40 activiteiten, zowel online als offline, waarbij we proberen, meestal op een ludieke manier, om mensen warm te maken voor de Duitse taal. We hebben nog ook iets anders opgezet wat het heel goed doet: een Duitslandjaar aan universiteiten. Zo hebben we bijvoorbeeld in Mons een Duitslandjaar georganiseerd. Het aanbod was heel veelzijdig, van taalcursussen tot cursussen met een van de bekendste Duitse striptekenaars, Flix, die naar de universiteit kwam om de mensen vertrouwd te maken met de Duitse stripwereld. Hij mocht Robbedoes en Marsupilami tekenen, een hele eer, hij is zo ongeveer de enige die dat heeft mogen doen. En dan hebben we nog het programma voor de internationale winnaars van de Kultusministerkonferenz, de vergadering van de Duitse onderwijsministers van de Duitse deelstaten, waarbij leerlingen vier weken naar Duitsland kunnen. Voor ons gaat het erom op een zo breed mogelijke manier kansen te creëren om met Duits in aanraking te komen en op een speelse manier Duits te leren. Tot dusver heeft dat mooie resultaten opgeleverd.

Goethe-Institut Brüssel U hebt het al aangehaald, in België zijn er drie officiële talen. De derde officiële taal, naast Nederlands en Frans, is Duits, en dat wordt vooral in Oost-België gesproken. Het klinkt misschien een beetje paradoxaal, maar waarom moet Duits als vreemde taal toch nog een duwtje in de rug krijgen?

Martin Kotthaus Je moet het positief zien, in Oost-België spreken slechts 80.000 mensen Duits, maar in de hele EU zijn er 130 miljoen mensen die Duits spreken. De Duitse taal doet het dus zeker niet slecht, maar toch zijn er in Oost-België slechts 79.383 mensen voor wie Duits de moedertaal is en die Duits als officiële taal gebruiken. Bovendien is Duits alleen in Oost-België de officiële taal. In heel België is er natuurlijk een zekere concurrentie tussen Nederlands, Frans, Engels, Spaans en Duits. Ik heb er begrip voor dat een Waal voor Nederlands kiest als eerste vreemde taal, gewoon omdat dat de andere grote officiële taal is. Ik begrijp elke Vlaming die als eerste vreemde taal voor Frans kiest. En dat Engels niet onbelangrijk is, daar hoeven we ook geen tekeningetje bij te maken. Maar daarna wordt het een tikje spannender. Welke taal is voor iemand, persoonlijk gezien, het relevantst: Duits of Spaans? Heel vaak is Duits op school een van de keuzemogelijkheden voor de derde vreemde taal. De laatste jaren stellen we vast dat het aantal leerlingen dat op school Duits leert, daalt. Als je dat merkt, moet je natuurlijk proberen daar iets aan te doen. Daar ben ik heel stellig in, niet alleen omdat Duits de derde officiële taal is in België, maar omdat Duitsland het grootste buurland en de belangrijkste handelspartner is. En omdat we op het vlak van industrie en geschiedenis zoveel overeenkomsten hebben. Maar natuurlijk ook omdat je, als je hier Duits kunt, je voor jezelf ook kansen op de arbeidsmarkt creëert. Er zijn heel wat grote Duitse bedrijven actief in België: BASF, Audi, Covestro, zelfs Brussels Airlines maakt deel uit van de Lufthansa Group. En je vindt hier nog meer grote bedrijven, in de sector mobiliteit maar ook in de chemische industrie, de farmaceutische industrie en tal van andere sectoren. Ook daar liggen voor werkzoekenden kansen voor het grijpen. Als je weet dat de tewerkstellingsgraad in België nog altijd duidelijk onder de 80 procent ligt, het percentage dat Duitsland en Nederland halen, dan weet je dat er mogelijkheden en kansen zijn om je carrière een andere wending te geven. Daarom vind ik dat we wel degelijk moeten proberen om mensen warm te maken voor Duits, dat is immers altijd weer een individuele keuze. Maar veel mensen worden in eerste instantie afgeschrikt omdat ze denken: Och god, och god, Duits is zo moeilijk. Ik als Duitser moet dan altijd weer zeggen dat het echt wel meevalt. Ik ben ervan overtuigd dat Duits in vergelijking met veel andere talen niet veel ingewikkelder is. En het opent tal van mogelijkheden. Daarom hebben we een heleboel samenwerkingsprojecten met scholen. We hebben hier partnerscholen, we hebben hier immersiescholen, we hebben tal van andere instellingen waar mensen Duits kunnen leren. Die proberen we te steunen. En we proberen ze te bezoeken. En eerlijk waar, wat je daar ziet en hoort, is altijd erg indrukwekkend. En last but not least hebben we natuurlijk ook het Goethe-Institut hier in Brussel, dat ook allerlei cursussen aanbiedt – voor alle niveaus. En daarom: Ja, ook al is Duits de derde officiële taal, er is geen garantie dat naast de 79.383 mensen in Oost-België almaar meer Belgen zin hebben om Duits te leren. Daar moeten wij aan werken, wij samen.

Goethe-Institut Brüssel Duitsland zoekt geschoolde werknemers, dat weten we allemaal. Er is zelfs een nieuwe immigratiewet voor geschoolde arbeidskrachten die vanaf november stap voor stap in werking treedt. We hebben het al aangehaald: ook in Oost-België is er vraag naar geschoolde werkkrachten die Duits spreken. Welk potentieel ziet u in deze context voor de Duitse taal in België?

Martin Kotthaus Daarvoor geldt in zekere mate wat ik eerder al gezegd heb: hoe meer talen je spreekt, hoe breder je opleiding is, hoe meer je van de wereld gezien hebt en als je misschien ook stages en dergelijke gedaan hebt, hoe aantrekkelijker je voor de arbeidsmarkt bent. En mensen die vandaag dus niet één of twee maar drie talen spreken, en misschien ook een tijdje her en der geleefd hebben en stages gedaan hebben, daar zit men om te springen, die worden zo ongeveer van de schoolbanken weggeplukt en krijgen meteen een baan aangeboden. Een familielid van mij is 21 jaar en studeert op dit moment. Zij kan morgen meteen bij 20 bedrijven beginnen, met een loon waar ik toen ik als jurist aan de universiteit afstudeerde, enkel van kon dromen. Daar geldt hetzelfde: hoe meer kwalificaties je meebrengt, des te meer ze je zullen willen, en je zult dan vooral met je tijd mee zijn. In deze tijd, waar we allemaal wanhopig op zoek zijn naar medewerkers, naar geschoolde krachten, is dat een kwalificatie die misschien een verschil kan maken, ook op het loonbriefje – maar die er ook voor kan zorgen dat je iets spannends kunt doen. Als je meerdere talen spreekt, ben je er bijvoorbeeld eerder toe geneigd een managementniveau hoger te mikken, en daarom denk ik dat er ook voor Duits een belangrijke rol is weggelegd in België.
 
Interview mit dem deutschen Botschafter Martin Kotthaus Interview mit dem deutschen Botschafter Martin Kotthaus | © Goethe-Institut/ Tatjana Bratkina


Goethe-Institut Brüssel U bent de ambassadeur, u komt vaak in contact met de politieke wereld in Brussel, praat met heel veel mensen. Kunt u ons, met de ervaringen die u hebt opgedaan, zeggen hoe we beleidmakers die in België verantwoordelijk zijn voor onderwijs meer voor de Duitse taal kunnen enthousiasmeren?

Martin Kotthaus Wanneer ik in België praat met mensen die instaan voor onderwijsbeleid, staan die altijd erg positief tegenover de Duitse taal. Het is niet zo dat ik dan moet zeggen: ‘Ik ben de Duitse ambassadeur, hoe staat u tegenover de Duitse taal?’ Het tegendeel is waar, ze zijn altijd enthousiast, maar ze voegen er wel ook altijd aan toe: dat vinden we top, we zouden graag meer doen, maar waar zijn de leerkrachten Duits? We hebben momenteel een enorm tekort aan leerkrachten Duits. Dat moeten we accepteren. In Duitsland komen we tienduizenden leerkrachten tekort. In België komen ze ook duizenden leraren tekort, en een deel daarvan zijn leerkrachten Duits. En daar zijn veel oorzaken voor. Dat is een van de redenen waarom de ambassade de voorbije jaren, ook samen met het Goethe-Institut, zich extra inspant om contacten te leggen met leerkrachten Duits, op evenementen en dergelijke. Dat is een reden waarom ik ook regelmatig probeer leerkrachten Duits in hun organisaties op te zoeken. Ten eerste om te zien wat ze doen en ten tweede om het beroep van leerkracht Duits een beetje aantrekkelijker te maken, door ze van gedachten te laten wisselen met een ambassadeur of andere mensen. Dat maakt de Duitse les misschien ook net iets tastbaarder, als je heel concreet kunt zeggen: dat en dat zijn de boeiende thema’s in de Duits-Belgische relatie. Daarom zeg ik, het probleem zit niet zozeer in het inzicht dat Duits belangrijk is, het probleem is vooral hoe je kunt handelen. Er moet voldoende budget zijn, er moeten ook voldoende leerkrachten zijn en er moet voldoende infrastructuur zijn om Duits te onderwijzen. Duitsland kan zijn steentje bijdragen met partnerscholen en dergelijke. Maar uiteindelijk is het een taak van de Belgische en vooral de gemeenschapsinstellingen. Maar als we ondersteuning kunnen bieden, doen we dat.

Goethe-Institut Brüssel Dank u wel. Dat was het dan.

Martin Kotthaus Het was me een genoegen.

 

 

Top